Iedere verplichtstelling bevat een ondergrens!

Dat is onze conclusie na lezing van het belangrijke arrest van de Hoge Raad van 22 mei jl. over de reikwijdte van de werkingssfeer van wettelijk verplichte bedrijfstakpensioenfondsen. De kernvraag die de Hoge Raad heeft beantwoord is de vraag of de verplichtstelling van Bpf MiTT, die geen hoofdzaakcriterium bevat een ondergrens moet bevatten of niet. Anders gezegd, als een werkgever slechts beperkte ‘MITT-activiteiten’ uitoefent, moet die werkgever zich dan toch met alle werknemers bij Bpf MITT aansluiten? De Hoge Raad oordeelt dat als de tekst van een verplichtstelling geen omvangscriterium bevat, de tekst toch zo kan worden uitgelegd dat er wél een minimale omvangsgrens van toepassing is. Die uitleg ligt voor de hand, omdat een andere uitleg (lees: geen ondergrens) ertoe zou leiden dat ondernemingen die bijna alleen maar andere werkzaamheden (die niets met de desbetreffende bedrijfstak te maken hebben), toch onder het verplichtstellingsbesluit kunnen vallen. De Hoge Raad legt de grens bij ‘verwaarloosbare activiteiten’ en heeft de zaak ter verdere afdoening verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat nu mag oordelen of sprake is van verwaarloosbare activiteiten of niet. Jeroen Los en Laura Smit gaan in het augustus/september- of oktober nummer van Pensioen Magazine dieper in op het arrest van de Hoge Raad. Wordt vervolgd.

Contact

Heb je een vraag of wil je sparren over een pensioenvraagstuk
Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.